Auteur van deze pagina: Canan Özay & Else Verhoef, e-mail: e.c.verhoef@student.vu.nl

0. Praktische informatie voor taalonderzoek

Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
In het Nederlands komen geen klankcombinaties als ‘hrs’, ‘prt’ en ‘mrl’ voor. De [e] en [o] worden in het Servisch iets anders uitgesproken dan in het Nederlands. Het is mogelijk dat NT2-leerders deze uitspraak toepassen op Nederlandse woorden. Vanwege het minimale verschil tussen het Nederlands en het Servisch zal de transfer niet leiden tot onverstaanbare spraak of betekenisveranderingen. Daarnaast is het mogelijk dat het klemtoonpatroon van NT2-leerders anders is dan in het Nederlands. Zoals is hieronder beschreven (punt 2. Fonologie), wordt er bij de uitspraak van klinkers onderscheid gemaakt tussen duur en toon. In het Nederlands wordt er ook onderscheid gemaakt tussen lange en korte klinkers, maar niet tussen tonen. Wellicht zullen klinkers in het Nederlands ook met toon worden uitgesproken door Servischsprekende kinderen. Tevens maakt het Nederlands in tegenstelling tot het Servisch wel gebruik van tweeklanken, zoals onder andere /ɛɪ/ (geit), /œy/ (fruit) en /ɔu/ (touw). Als NT2-leerders de tweeklanken niet goed uitspreken, kan dit verklaard worden doordat het Servisch hier geen gebruik van maakt.

De morfologie van het Servisch is verschillend ten opzichte van het Nederlands, omdat in het Servisch bij het vormen van de verleden tijd rekening wordt gehouden met geslacht. Het Nederlands maakt, bij het vervoegen van werkwoorden in de verleden tijd, onderscheid tussen enkelvoud en meervoud en tussen werkwoorden met <d> (speelden) en <t> (werkten) (Booij & van Santen, 1998). Een overeenkomst is dat het Servisch en het Nederlands de verleden tijd vormen door het toevoegen van een suffix. Met de onregelmatige werkwoorden zullen de NT2-leerders waarschijnlijk moeite hebben. Deze moeten geleerd worden. Het is mogelijk dat de NT2-leerders de regels, bij het vormen van de regelmatige verleden tijd, toepassen bij het vervoegen van onregelmatige werkwoorden (overgeneralisatie), zoals we dat ook zien bij jonge eentalige Nederlandse kinderen.

In het Nederlands worden bijvoeglijk naamwoorden verbogen op basis van getal, geslacht en bepaaldheid (de, het of een) van het naamwoord. Onder het hoofdstuk ‘syntaxis’ (bij punt 2) wordt beschreven dat het Servisch geen gebruik maakt van lidwoorden, wat wellicht resulteert in ongrammaticale producties van constructies met bijvoeglijke naamwoorden bij NT2-leerders. Bij de vorming van een adjectief in het Nederlands is het van belang om te weten wat het lidwoord is van het betreffende naamwoord (Booij & van Santen, 1998). Daarnaast wordt er in het Servisch over het algemeen een adjectief gevormd door het toevoegen van een suffix. In het Nederlands is dit echter niet het geval. In een zin als ‘de man koopt een mooi boek’ wordt ‘mooi’ niet vervoegd. Het is mogelijk dat NT2-leerders onterecht een suffix plaatsen achter ‘mooi’ (vooral omdat de vervoegde vorm, 'mooie' wel degelijk vaak voorkomt in het Nederlands).

In het Nederlands worden verkleinwoorden ook gevormd door het toevoegen van een suffix. In het Nederlands wordt daarbij gebruik gemaakt van verschillende suffixen zoals –je, -kje-, -pje, -tje en –etje (Booij & van Santen, 1998) . Het is mogelijk dat de NT2-sprekers soms een verkeerd suffix gebruiken om een verkleinwoord te maken. Kinderen met Servisch als moedertaal zijn echter wel bekend met verkleinwoorden, waardoor het fenomeen verkleinwoorden vormen door het toevoegen van een suffix niet voor problemen zou moeten zorgen.

Gebaseerd op het feit dat het Servisch geen gebruik maakt van de lidwoorden ‘de’, ‘het’ en ‘een’ zullen de NT2-sprekers hierbij problemen ondervinden in het Nederlands. Het Nederlands maakt gebruik van deze drie vormen van lidwoorden. De kans is groot dat NT2-sprekers die Servisch spreken als moedertaal, een lidwoord weglaten, waar deze wel verplicht geproduceerd moet worden. Daarnaast is het mogelijk dat in een meer gevorderd stadium wel lidwoorden worden gebruikt, maar de verkeerde vorm wordt gekozen. Uitingen die bijvoorbeeld geproduceerd kunnen worden, zijn: ‘meisje loopt’ in plaats van ‘het meisje loopt’ of ‘het kaas is lekker’ in plaats van ‘de kaas is lekker’.

Mogelijke vragen met betrekking tot specifieke TOS-elementen: nog invullen.


1. Algemene informatie over het Servisch
Het Servisch is een gestandaardiseerde variant van het Servo-Kroatisch en wordt gesproken door ongeveer negen miljoen sprekers. Het Servisch behoort tot de Slavische groep van talen, wat samen met de Romaanse en Germaanse talen behoort tot één van de drie grootste groepen van de Indo-Europese taalfamilie (Hammond, 2005). De Slavische talen zijn onderdeel van de Balto-Slavische tak van de Indo-Europese taalfamilie. Naast het Slavisch, behoren de Baltische talen ook tot de Balto-Slavische tak. De Slavische talen maken een verdeling in West-Slavische talen, zoals Pools en Tsjechisch; Oost-Slavische talen zoals Russisch en Oekraïens en Zuid-Slavisch talen zoals het Bulgaars en het Servisch (Comrie, Matthews, Polinsky & Aitchison, 2003). Het Servisch is een officiële taal van Servië en Montenegro, wat tot 2003 Joegoslavië werd genoemd. De Servische noordelijke provincie Vojvodina is meertalig waar onder andere Hongaren, Slowaken en Romanen wonen en hun eigen taal spreken. Daarnaast behoort het Servisch tot één van de officiële talen in Bosnië en Herzegovina. Tevens wordt het Servisch gesproken in Kroatië en Macedonië (Hammond, 2005). In Figuur 1 is het gebied aangegeven waar het Servisch wordt gesproken.



WIKIPAGINA.png

Figuur 1. Landen waar Servisch wordt gesproken. Donkerblauw geeft aan waar Servisch als officiële taal wordt gezien (Servië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina). Lichtblauw geeft aan waar Servisch een minderheidstaal is (Kroatië, Macedonië, Roemenië, Hongarijke, Slowakije, Tsjechië) (Bron: wikipedia)

Zoals is beschreven is het Servisch een standaard-variant van het Servo-Kroatisch. Het Servo-Kroatisch was een taal die zowel in publieke als private situaties werd gesproken. Voor de Kroaten werd deze taal Kroatisch genoemd en voor de Serven en Montegrenijnen Servisch (Radovanovic, 2000). De acceptatie van het Standaard Servisch was een gecompliceerd proces. Zowel op linguïstisch vlak als op cultureel, etnisch, economisch en politiek gebied. Dit was te zien aan de naamveranderingen die de taal onderging. Daarnaast wilden de Kroaten strikt het Latijns alfabet gebruiken en het Servisch zowel het Latijns als het Cyrillisch alfabet. Daarbij waren er ook beweegredenen die gerelateerd waren aan verschillende varianten van de standaard taal, die gemotiveerd werden door regionale, culturele, ethische en politieke overwegingen (Radovanovic, 2000).

Religie
In het zuiden van Servië is de meerderheid Islamitisch. In het westen en noorden wonen katholieken en protestanten. De belangrijkste religie in Servie is de Servisch-Orthodoxe kerk.

Schriftsysteem
Wegens politieke veranderingen in Oost-Europa is de status van verschillende Slavische talen veranderd, waaronder die van het Servisch. In voormalig Joegoslavië wordt het kleine verschil tussen Kroatisch en Servisch benadrukt door verschillende schrijfsystemen. Het Servisch wordt geschreven met zowel het Cyrillisch schrift als het Latijns schrift, terwijl het Kroatisch in het Latijns alfabet wordt geschreven (Comrie, Matthews, Polinsky & Aitchison, 2003). Het Cyrillisch alfabet en het Latijns alfabet bevatten beide dezelfde 31 letters, maar in een andere volgorde. Het Cyrillisch alfabet is op het Grieks en fonetische principes gebaseerd en is door de Serven aangenomen gedurende het Byzantijnse tijdperk. Het Latijns alfabet is door de Serven, die in het westen van Servië woonden, aangenomen. Het Latijns alfabet is hetzelfde alfabet als wordt gebruikt in het Nederlands. Bijzonder is dat het Servisch de enige Europese standaard taal is die beide alfabetten gebruikt. De sprekers van het Servisch kunnen beide schriften lezen. Daarnaast is de Servische spelling transparant en fonetisch. Elke letter correspondeert met een bepaalde klank, ongeacht de plaats van de letter in een woord. Dit is in tegenstelling tot het Nederlands, waar een klank meerdere schrijfwijzen kan hebben.

Zoals in Figuur 2 te zien is, bevat het Cyrillisch veel tekens die het Nederlands niet kent. Op deze pagina worden de voorbeelden uit het Servisch in het Latijns alfabet gegeven, om u een idee te geven hoe de woorden en/of zinnen worden gevormd en uitgesproken.

A
B
V
G
D
Đ
E
Ž
Z
I
Аа
Бб
Вв
Гг
Дд
Ђђ
Ее
Жж
Зз
Ии
J
K
L
LJ
M
N
NJ
O
P
R
Јј
Кк
Лл
Љљ
Мм
Нн
Њњ
Оо
Пп
Рр
S
T
Ć
U
F
H
C
Č

Š
Сс
Тт
Ћћ
Уу
Фф
Хх
Цц
Чч
Џџ
Шш
Figuur 2. Het Latijns alfabet met de tegenhangers uit het Cyrillisch alfabet
Bron: http://www.studyserbian.com/proba/Grammar/Serb_Alphabet.asp

Naar boven

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
De verwachting is dat NT2-leerders nauwelijks moeite zullen hebben met het onderscheiden van lange en korte klinkers, omdat in het Servisch hier ook onderscheid tussen gemaakt wordt. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat Servische NT2-leerders de ‘r’ in sommige gevallen als klinker uitspreken in het Nederlands waar dit niet is toegestaan.
In het Nederlands komen geen klankcombinaties als ‘hrs’, ‘prt’ en ‘mrl’ voor. De [e] en [o] worden in het Servisch iets anders uitgesproken dan in het Nederlands. Het is mogelijk dat NT2-leerders deze uitspraak toepassen op Nederlandse woorden. Vanwege het minimale verschil tussen het Nederlands en het Servisch zal de transfer niet leiden tot onverstaanbare spraak of betekenis veranderingen. Daarnaast is het mogelijk dat het klemtoonpatroon van NT2-leerders anders is dan in het Nederlands. Zoals is beschreven wordt er bij de uitspraak van klinkers onderscheid gemaakt tussen duur en toon. In het Nederlands wordt er ook onderscheid gemaakt tussen lange en korte klinkers, maar niet tussen tonen. Wellicht zullen klinkers in het Nederlands ook met toon worden uitgesproken. Tevens maakt het Nederlands in tegenstelling tot het Servisch wel gebruik van tweeklanken, zoals onder andere /ɛɪ/ (geit), /œy/ (fruit) en /ɔu/ (touw). Als NT2-leerders de tweeklanken niet goed uitspreken, kan dit verklaard worden doordat het Servisch hier geen gebruik van maakt.

2. Specifieke informatie over het Servisch
Fonologie
De fonologie van het Servisch is gebaseerd op het klanksysteem van Stokavisch Zuidslavische dialecten. Als eerste zullen de klinkers in het Servisch beschreven worden en vervolgens de medeklinkers.

Klinkers
In het Servisch komen de volgende klinkers voor:

[a], [i], [u], [e], [o], [r̥]

De klinkers kunnen aan het begin, in het midden en aan het eind van een woord voorkomen. Zoals blijkt uit het rijtje, dient de [r̥] ook als klinker. Deze wordt echter niet geschreven. Deze [r̥] wordt ook wel een vocalische r genoemd. In onderstaande voorbeelden is deze vocalische r weergeven.

Hrt (windhond)

Trg (marktplein)

Zoals blijkt uit bovenstaande voorbeelden staat de /r/ tussen twee medeklinkers in en gedraagt zich dan als klinker [r̥]. Als de /r/ aan het begin van een woord staat, is het ook een klinker. Staat de /r/ echter bij klinkers, dan gedraagt deze zich als consonant. De [r̥] wordt uitgesproken met een schwa ervoor. Dit is te vergelijken met de Nederlandse uitspraak voor ‘er’.

Uitspraak van de Servische klinkers
De uitspraak van de klinkers in het Servisch is te vergelijken met de Nederlandse klinkers:

[a]: zelfde uitspraak als in ‘kaas’, ‘vaas’ en ‘schaap’

[i]: zelfde uitspraak als in ‘dier’, ‘gier’ en ‘diep’

[u]: zelfde uitspraak als in ‘boek’, ‘koe’ en ‘poes’

[e]: deze uitspraak zit tussen de [e:] en [ɛ] in en wordt uitgesproken als in ‘kers’

[o]: deze uitspraak zit tussen de [o:] en [ɔ] in en wordt uitgesproken als in ‘fors’

[r̥]: vergelijkbaar met de schwa + [r] in het Nederlands, zoals in ‘meter'

Verder zijn er in het Servisch geen tweeklanken en gereduceerde vocalen. De enige gereduceerde vocaal is de [r̥].
Daarnaast kunnen bovenstaande klinkers op vier verschillende manieren worden uitgesproken, wat veroorzaakt wordt door het verschil in duur van de klinkers en het verschil in toon. Woorden in het Servisch worden uitgesproken met klemtoon op één van de klinkers. Het accent komt voor bij lange en korte klinkers. Daarnaast kan een klinker vallende pitch of stijgende pitch hebben. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende mogelijkheden:
Lang en stijgend
Kort en stijgend
Lang en vallend
Kort en vallend

Een ander belangrijk aspect bij de uitspraak van de klinkers is dat het van belang is dat deze constant worden uitgesproken, ongeacht de klanken voorafgaand of na de klinker. In het Servisch kan één klinker namelijk een verschil maken in betekenis. Een woord met een lange [e] kan qua betekenis anders zijn dan een woord met een korte [e].

Zoals in vele talen plaatsvindt, vinden in het Servisch ook fonologische processen plaats, waarbij één of meerdere klinkers veranderen. Een voorbeeld hiervan is dat het suffix –ovati in sommige gevallen verandert in –evati als de volgende consonant zacht wordt uitgesproken.

Medeklinkers
Het Servisch heeft 25 medeklinkers. De medeklinkers staan in Tabel 1 weergeven.

Tabel 1. Medeklinkers in het Servisch


Bilabiaal
Labio-Dentaal
Dentaal
Alveo-palataal
Palataal
Velair
Plosief
stemloos
p

t


k

stemhebbend
b

d


g
Fricatief
stemloos

f
s
š

h

stemhebbend

v
z
ʒ


Affricaat
stemloos


c
č
ć


stemhebbend



ǯ
ʒ́

Nasaal

m

n

ɲ

Liquid
lateraal


l

ʎ


trill


r



Glide





j

Bron: Hammond (2005) en Lučić (no date)

De uitspraak van de medeklinkers uit Tabel 1 wordt hieronder nader besproken.

Uitspraak van medeklinkers in het Servisch
Plofklanken
[b]: zelfde uitspraak als in ‘boek’
[d]: als /d/, maar meer voor in de mond
[k]: zelfde uitspraak als in ‘kat’
[t]: als /t/, maar meer voor in de mond
[p]: zelfde uitspraak als in ‘pen’
[g]: uitspraak als in good

Fricatieven
[f]: zelfde uitspraak als in ‘fiets’ en ‘fles’
[v]: zelfde uitspraak als in ‘wrak’ en ‘wraak’
[s]: zelfde uitspraak als in see of ‘lassen’
[z]: zelfde uitspraak als ‘muizen’, maar meer voor in de mond
[š]: zelfde uitspraak als in shake
[ʒ]: zelfde uitspraak als in ‘etage’ en ‘garage’
[h]: varieert tussen de Nederlandse /g/ en /h/

Affricaten
[c]: zelfde als uitspraak in bats of ‘iets’
[č]: zelfde als uitspraak in church
[ć]: lijkt op de uitspraak in ‘kwartje’
[ǯ]: zelfde uitspraak als in het Engelse Georges
[ʒ́]: tussen /j/ in James en dj in djakarta

Nasalen
[m]: zelfde uitspraak als in ‘mond’ en ‘maan’
[n]: zelfde uitspraak als in ‘neus’
[ɲ]: zelfde uitspraak als in ‘oranje’ en canyon

Liquid
[l]: zelfde uitspraak als in ‘fles’
[ʎ]: uitspraak is korter dan li in milieu in het Frans
[r]: als korte rollende /r/

Glijklank
[j]: zelfde uitspraak als in ‘jas’ en yes

Zoals is beschreven onder het kopje ‘klinkers’ kan de consonant /r/ ook dienen als klinker. Daarnaast maakt het Servisch gebruik van consonant clusters. De volgende consonant clusters komen in het Servisch aan het eind van een woord voor: -st, št, zd, žd, rk, nc, nt, sk. (Hammond, 2005). Tevens is het van belang om de [j] nader te bespreken. De [j] is een zacht klinkende consonant die veel invloed heeft op de omringende consonanten in een woord. De [j] wordt gebruikt in het vormen van de comparatieven en einden van naamwoorden. Daarnaast veranderen bepaalde consonanten in een andere consonant als de [j] achter de betreffende consonant is geplaatst. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: d + j verandert in đ, z + j verandert in ž, v + j verandert in vlj en h + j verandert in š. Er zijn er nog veel meer fonologische processen die in het Servisch plaatsvinden. Hierover kan meer gelezen worden in Hammond (2005).

Klemtoon
Zoals onder het kopje ‘uitspraak van Servische klinkers’ is beschreven, worden woorden in het Servisch uitgesproken met klemtoon op één van de klinkers. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende mogelijkheden: lange stijgende klemtoon, korte stijgende klemtoon, lange vallende klemtoon en korte vallende klemtoon. In het algemeen kan de klemtoon op alle lettergrepen vallen behalve op de laatste. Gebaseerd op dit fenomeen valt de klemtoon in een woord met twee lettergrepen op de eerste lettergreep en in een woord met drie lettergrepen op de eerste of tweede lettergreep. Gezien het feit dat alle woorden in het Servisch klemtoon en toon krijgen, hebben alle woorden in een Servische zin dat ook. Het woord dat het belangrijkste is in de zin krijgt meer accent dan een minder belangrijk woord. De context draagt bij aan de mate van klemtoon.

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
De verwachting is dat NT2-leerders nauwelijks moeite zullen hebben met het onderscheiden van lange en korte klinkers, omdat in het Servisch hier ook onderscheid tussen gemaakt wordt. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat Servische NT2-leerders de ‘r’ in sommige gevallen als klinker uitspreken in het Nederlands waar dit niet is toegestaan. In het Nederlands komen geen klankcombinaties als ‘hrs’, ‘prt’ en ‘mrl’ voor. De [e] en [o] worden in het Servisch iets anders uitgesproken dan in het Nederlands. Het is mogelijk dat NT2-leerders deze uitspraak toepassen op Nederlandse woorden. Vanwege het minimale verschil tussen het Nederlands en het Servisch zal de transfer niet leiden tot onverstaanbare spraak of betekenis veranderingen. Daarnaast is het mogelijk dat het klemtoonpatroon van NT2-leerders anders is dan in het Nederlands. Zoals is beschreven wordt er bij de uitspraak van klinkers onderscheid gemaakt tussen duur en toon. In het Nederlands wordt er ook onderscheid gemaakt tussen lange en korte klinkers, maar niet tussen tonen. Wellicht zullen klinkers in het Nederlands ook met toon worden uitgesproken. Tevens maakt het Nederlands in tegenstelling tot het Servisch wel gebruik van tweeklanken, zoals onder andere /ɛɪ/ (geit), /œy/ (fruit) en /ɔu/ (touw). Als NT2-leerders de tweeklanken niet goed uitspreken, kan dit verklaard worden doordat het Servisch hier geen gebruik van maakt.

De meeste medeklinkers die in het Nederlands voorkomen, komen ook in het Servisch voor. Klanken waarbij NT2-leerders wellicht moeite mee zullen hebben zijn bijvoorbeeld de /g/ in ‘goed’ en de klankcombinatie <sch> in ‘schaap’ en ‘schip’. Deze klanken komen niet in het Servisch voor, waardoor dit kan doorklinken in de Nederlandse uitspraak. Daarnaast kunnen er misschien kleine uitspraakverschillen ontstaan, omdat bepaalde medeklinkers net iets anders worden uitgesproken in het Nederlands, zoals hierboven is beschreven.

Gebaseerd op het feit dat in het Servisch het gebruik van verschillende tonen invloed heeft op de betekenis van woorden, is het goed mogelijk dat de Servische NT2-sprekers dit ook toepassen op het Nederlands. Gevolg hiervan kan zijn dat de Nederlandse uitspraak een andere melodie krijgt, maar nog wel goed is te verstaan.

Naar boven

Morfologie
Het Servisch is een inflectionele taal, wat zich uit in de vele naamvallen die het Servisch heeft. Het Servisch maakt gebruik van de nominatief, genitief, datief, accusatief, vocatief, instrumentalis en locatief. In elke naamval neemt het naamwoord een andere vorm aan. De belangrijkste verschillende grammaticale categorieën worden achtereenvolgens behandeld.

Zelfstandige naamwoorden
In het Servisch worden zelfstandig naamwoorden gemarkeerd voor geslacht. Het Servisch maakt gebruik van drie soorten geslacht: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Het einde van een naamwoord toont aan welke geslacht het heeft. In het enkelvoud eindigt een mannelijk naamwoord in het algemeen op een consonant, een vrouwelijk naamwoord op een –a en neutrale naamwoorden op –o of –e. In het meervoud eindigen mannelijke naamwoorden in het algemeen op –i, vrouwelijke naamwoorden op –e en –a en onzijdige naamwoorden op –a. Hier zijn echter uitzonderingen op. Daarnaast kennen zelfstandig naamwoorden twee vormen van getal, namelijk enkelvoud en meervoud. Tevens maakt het Servisch gebruik van zeven naamvallen: nominatief, genitief, datief, accusatief, vocatief, instrumentalis en locatief. Gerelateerd aan naamval is er declensie van naamwoorden. Declensie toont aan hoe een naamwoord verandert ten opzichte van de plaats in de zin. In het Servisch zijn er vier declensie categorieën, waartoe elk naamwoord behoort. In Tabel 1 zijn deze vier categorieën weergeven met de vervoegingen.

Tabel 1. Vervoegingen voor zelfstandig naamwoorden


Categorie 1

Mannelijk: eindigend op een consonant in de nominatief
Categorie 2

Onzijdig: eindigend in op –o of –e in de nominatief
Categorie 3

Vrouwelijk: eindigend op een –a in de nominatief
Categorie 4

Vrouwelijk:

Eindigend op een consonant in de nominatief


Raam
Stad
Vrouw
Liefde
Enkelvoud
Nominatief
prozor
selo
žena
ljubav

Accusatief
prozor
selo
žen-u
ljubav

Genitief
prozor-a
sel-a
žen-e
ljubav-i

Datief/Locatief
prozor-u
sel-u
žen-i
ljubav-i

Instrumental
prozor-om
sel-om
žen-om
ljubav-i (-ju)

Vocatief
prozor-e
selo
žen-o
ljubav-i








Ramen
Steden
Vrouwen
Liefdes
Meervoud
Nominatief
prozor-i
sel-a
žen-e
ljubav-i

Accusatief
prozor-e
sel-a
žen-e
ljubav-i

Genitief
prozor-a
sel-a
žen-a
ljubav-i

Datief/Locatief
prozor-ima
sel-ima
žen-ama
ljubav-ima

Instrumental
prozor-ima
sel-ima
žen-ama
ljubav-ima

Vocatief
prozor-i
sel-a
žen-e
ljubav-i
Bron: Zlatic (no date)

Daarnaast heeft het Servisch ook onregelmatige naamwoorden, waarbij het geslacht anders is in enkelvoud en meervoud. Deze uitzonderingen moeten geleerd worden.

Werkwoorden
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende tijden en soorten werkwoorden in het Servisch, zoals de tegenwoordige tijd, aorist en imperfectief. Net zoals in het Nederlands worden de werkwoorden in het Servisch vervoegd. In het Servisch wordt er bij het vervoegen van werkwoorden rekening gehouden met getal, persoon en geslacht. In het Nederlands heeft geslacht geen invloed op de vervoeging van werkwoorden.

Gebaseerd op de duur van een werkwoord, kan een werkwoord twee vormen van aspect aannemen: imperfectief en perfectief. Aspect wordt in het Servisch als complex gezien. Imperfectieve werkwoorden worden over het algemeen in de tegenwoordige tijd gebruikt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee vormen van imperfectieve werkwoorden. Namelijk duratieve werkwoorden, waarbij de actie doorgaat en niet wordt verstoord en frequentatieve werkwoorden, waarbij de actie wordt onderbroken of frequent wordt herhaald. Bij imperfectieve werkwoorden wordt het eindpunt van de handeling niet geïmpliceerd. Imperfectieve werkwoorden worden in het Servisch soms gevormd door de toevoeging van een suffix of infix aan het infinitief. Daarnaast worden imperfectieve werkwoorden soms gevormd van perfectieve werkwoorden. Perfectieve werkwoorden worden in het algemeen in de verleden of toekomende tijd gebruikt. Deze vorm van aspect indiceert dat de actie die door het werkwoord wordt uitgedrukt is voldaan. Het duidt een handeling aan waaraan een einde komt. Perfectieve werkwoorden worden in het Servisch gevormd door de toevoeging van een prefix aan een imperfectief werkwoord. Sommige werkwoorden in het Servisch kunnen zowel als imperfectief werkwoord als perfectief werkwoord dienen (Hammond, 2005).

Infinitieven
Een infinitief wordt gevormd door de toevoeging van –ti of ći aan de stam van een infinitief. De tegenwoordige tijd wordt gevormd op basis van de groep waartoe een infinitief behoort. Er wordt een onderverdeling gemaakt in de onderstaande 3 categorieën. Naar aanleiding van de categorie waar een werkwoord toe behoort, wordt het werkwoord op basis van die suffixen vervoegd. Meer over de vervoeging van de tegenwoordige tijd kunt u lezen onder het kopje ‘tegenwoordige tijd’.

1) Infinitieven die eindigen op –ati
2) Infinitieven die eindigen op –ati, -ovati, -ivati, -eti, -sti en – ći
3) Infinitieven die eindigen op –eti, -iti en –ati.

Bij infinitieven waar een klinker voor het –ti suffix komt, wordt bij het vormen van de stam van een infinitief –ti weggelaten (voorbeeld pevati (infinitief) wordt peva (stam) (zingen)). De stam van de tegenwoordige tijd wordt gevormd door het weglaten van het affix van de eerste persoon enkelvoud (voorbeeld pevam (tegenwoordige tijd) wordt peva (stam)). Soms is de vorm van de stam van de infinitief en de tegenwoordige tijd hetzelfde, maar in de meeste gevallen verschillen deze van elkaar. Er wordt daarom gesteld dat beide vormen geleerd moeten worden. In tegenstelling tot het Servisch zijn beide vormen in het Nederlands niet erg verschillend. De stam voor de tegenwoordige tijd wordt gevormd op basis van de infinitief door –en eraf te halen (fietsen wordt fiets). Bij sommige werkwoorden moet een klinker toegevoegd worden om de stam van de tegenwoordige tijd te vormen (lopen wordt loop).


Tijd
Tegenwoordige tijd
In het Servisch is er één tegenwoordige tijd die gevormd wordt met imperfectieve en perfectieve werkwoorden. Net zoals in het Nederlands worden de vormen gevormd door het toevoegen van een achtervoegsel wat refereert naar persoon en getal. In Tabel 2 staan de achtervoegsels die de tegenwoordige tijd vormen. De achtervoegsels voor de drie soorten vervoegingen zijn hetzelfde bij de 1e en 2e persoon enkelvoud en meervoud, maar voor de 3e persoon enkelvoud en meervoud zijn ze verschillend. Deze achtervoegsels bij de drie categorieën waartoe infinitieven worden ingedeeld, zie kopje infinitieven, staan in Tabel 2 vermeld.

Tabel 2. Vervoegingen van werkwoorden in de tegenwoordige tijd




Categorie 1
Categorie 2
Categorie 3
Enkelvoud
1e persoon
Ik
-m
-am
-em
-im

2e persoon
Jij

-aš
-eš
- iš

3e persoon
Hij/zij/het
-
-a
-e
-i
Meervoud
1e persoon
Wij
-mo
-amo
-emo
-imo

2e persoon
Jullie
-te
-ate
-ete
-ite

3e persoon
zij
-e/-u/-ju
-aju
-u (-eju)
-e
Bron: Hammond (2005)

De vorm van het werkwoord biti (zijn) heeft twee vormen. Namelijk een lange en korte vorm. In Tabel 3 staan beide vervoegingen van het werkwoord.

Tabel 3. Vervoeging van het werkwoord biti (zijn)


Nederlands
Korte vorm
Lange vorm
Enkelvoud
1e persoon
Ik ben
Je sam
Jesam

2e persoon
Jij bent
Ti si
Jesi

3e persoon
Hij/zij/het is
On/ona/ono je
Jest(e)
Meervoud
1e persoon
Wij zijn
Mi smo
Jesmo

2e persoon
Jullie zijn
Vi ste
Jeste

3e persoon
Zij zijn
Oni/one/ona su
Jesu
Bron: Zlatic (no date)

Dit is een verschil met het Nederlands, omdat in het Nederlands maar één vorm is van het werkwoord ‘zijn’. In de lange vorm in het Servisch wordt het persoonlijk voornaamwoord samengenomen met de vervoeging van het werkwoord. In het Nederlands is dat een aspect dat niet voorkomt. Deze lange vorm is echter wel een infrequente vorm en wordt alleen gebruikt aan het begin van een zin.

Verleden tijd
Net zoals de tegenwoordige tijd toont de verleden tijd ook persoon, getal en geslacht aan op het suffix. Verleden tijd wordt gevormd door de substitutie van het suffix –ti van de infinitief. In Tabel 4 staan de suffixen vermeld om de verleden tijd in het Servisch te vormen.

Tabel 4. Vervoegingen van werkwoorden in de verleden tijd

Mannelijk
Vrouwelijk
Onzijdig
Enkelvoud
-o
-la
-lo
Meervoud
-li
-le
-la
Bron: Hammond (2005) en Zlatic (no date)
Er zijn echter infinitieven die niet op het suffix –ti eindigen; deze hebben andere uitgangen om de juiste vorm in de verleden tijd te vormen. Het werkwoord biti (zijn) heeft net zoals in de tegenwoordige tijd zijn eigen vorm.

Toekomende tijd
Dit is een samengestelde tijd die op drie manier gevormd kan worden in het Servisch. 1) Door de tegenwoordige tijd van het werkwoord hteti (willen) + infinitief. 2) Door de stam van de infinitief + tegenwoordige tijd van het werkwoord hteti (willen). Deze vorm wordt alleen gebruikt als er omissie van het onderwerp heeft plaatsgevonden. Meer hierover kunt u lezen onder het hoofdstuk ‘syntaxis’. 3) Door de tegenwoordige tijd van het werkwoord hteti (willen) + da + tegenwoordige tijd van het hoofdwerkwoord. Dit is de meest gebruikte vorm om de toekomende tijd uit te drukken in het Servisch.

Aoristische tijd
De aoristische tijd wordt gebruikt om een actie te omschrijven die voldaan is nadat het wordt beschreven. Of als er over een actie uit het verleden wordt gesproken die nog niet is voldaan. Of om een actie te omschrijven die in de toekomst nog gaat gebeuren. Deze aoristische tijd wordt voornamelijk gevormd met een vorm van biti (zijn). Deze tijd is te vergelijken met het werkwoord ‘zou’ in het Nederlands. Om deze tijd te vormen zijn er verschillende uitgangen die horen bij de verschillende infinitieven.

Bijvoegelijke naamwoorden
Net zoals de voorgaande categorieën congrueren de adjectieven met naamwoorden en worden verbogen op basis van geslacht, getal en naamval. De adjectieven worden in het Servisch onderverdeeld in hard en zacht, wat gebaseerd is op de laatste consonant van de basis en in bepaald of onbepaald. De bepaalde adjectieven dragen een betekenis die te vergelijken is met het Engelse the, terwijl de onbepaalde adjectieven een betekenis dragen die vergelijkbaar is met het Engelse a/an of het Nederlandse ‘een’. In het algemeen wordt de bepaalde adjectief in gesproken taal het meeste gebruikt. De onbepaalde adjectief wordt het meest gebruikt als deze een werkwoord volgt. Bijvoeglijk naamwoorden kunnen niet op zichzelf staan, tenzij ze na een werkwoord verschijnen.

Bij mannelijk enkelvoud in de nominatief eindigen onbepaalde adjectieven op een consonant, terwijl bepaalde adjectieven op –i eindigen:

Star kamion = (een) oude vrachtwagen
Stari kamion = (de) oude vrachtwagen.

Adjectieven die vrouwelijke naamwoorden beschrijven, verschillen van elkaar in het geven van klemtoon. Bepaalde adjectieven hebben in het algemeen een langere finale klinker dan onbepaalde adjectieven. Vrouwelijke adjectieven eindigen zowel in de bepaalde als onbepaalde vorm op een –a in nominatief enkelvoud. Verder eindigen harde onzijdige adjectieven op een –o in zowel bepaalde als onbepaalde adjectieven in nominatief enkelvoud. Zacht onzijdige adjectieven eindigen echter op een –e.

Bezittelijke adjectieven worden net als de voorgaande categorieën gevormd door middel van inflecties. In het Nederlands wordt het gevormd door het toevoegen van het suffix -‘s, zoals in ‘mama’s huis’. In het Servisch zijn hier echter veel suffixen voor die dit aan kunnen geven, zoals: -ov, -ev, -ljev, -in, -ski, - čki, - ški

Očev kaput = vader’s jas
Vergelijkende of overtreffende trap

Net zoals in het Nederlands wordt er in het Servisch onderscheid gemaakt tussen de vergelijkende, vergrotende en overtreffende trap. De vergelijkende trap wordt gevormd door het toevoegen van een suffix :

Da – lji = ver - verder
Kra – ći = kort- korter

De meeste adjectieven krijgen het suffix –lji achter de stam van de adjectief (Browne & Alt, 2004). Daarnaast heeft het Servisch ook onregelmatige vormen en worden adjectieven met twee of meer lettergrepen gevormd met više (meer) of manje (minder).

Manje akademeski = minder academici

De superlatief wordt gevormd door het toevoegen van het prefix naj-

Najzdraviji = gezondst

Verkleinwoorden
Net zoals in het Nederlands worden verkleinwoorden in het Servisch gevormd door het toevoegen van een suffix. Zoals al is gebleken maakt het Servisch strikt onderscheid tussen de verschillende geslachten en gebruikt ook verschillende suffixen om verkleinwoorden te vormen. Mannelijke woorden nemen het suffix -ić of –čić

Sin = zoon
Sinč = zoontje

Vrouwelijke woorden die op –a eindigen nemen het suffix –ica:

Soba = kamer
Sobica = kamertje

Onzijdige woorden nemen verschillende suffixen, waaronder het suffix –ce:

Pismo = brief
Pisamce = briefje


Lidwoorden
De lidwoorden ‘de’, ‘het’ en ‘een’ bestaan niet in het Servisch. De betekenis van deze bepaalde en onbepaalde artikels worden vervangen door het gebruik van andere woorden. Er wordt gesteld dat de woorden aan het begin van een zin een meer bepaald karakter hebben en de woorden aan het eind een onbepaald karakter. Het aantal 1, jedan, kan gebruikt worden als onbepaald artikel ‘een’. Daarnaast kan het aspect van een werkwoord indiceren of een naamwoord bepaald of onbepaald is.

Persoonlijke voornaamwoorden
Net zoals bij de zelfstandig naamwoorden hangt de vorm van persoonlijke voornaamwoorden ook af van de naamval, getal en persoon. Persoonlijke voornaamwoorden kunnen in het Servisch weggelaten worden als deze samengaan met een hulpwerkwoord die tijd, persoon, en/of geslacht bevat. Hierover kunt u meer lezen onder het kopje ‘pro-drop taal’ onder het hoofdstuk ‘syntaxis’.

Tabel 5. Persoonlijke voornaamwoorden

Naamval
1e persoon
2e persoon
3e persoon (m)
3e persoon (n)
3e persoon (v)
Enkelvoud
Nominatief
ja
ti
on
ono
ona

Accusatief
mene, me
tebe, te
njega, ga
njega, ga
nju, je, ju

Genitief
mene
tebe
njega
njega
nje

Datief
meni, mi
tebi, ti
njemu, mu
njemu, mu
njoj, joj

Instrumental
mnom
tobom
njim
njim
njom

Locatief
meni
tebi
njemu
njemu
njoj

Vocatief

ti










Meervoud
Nominatief
mi
vi
oni
oni
one

Accusatief
nas
vas
njih, ih
njih, ih
njih, ih

Genitief
nas
vas
njih, ih
njih, ih
njih, ih

Datief
nama, nam
vama, vam
njima, im
njima, im
njima, im

Instrumental
nama
vama
njima, im
njima, im
njima, im

Locatief
nama
vama
njima, im
njima, im
njima, im

Vocatief

vi



Bron: Browne & Alt (2004).

De reflexieve voornaamwoorden zijn in het enkelvoud en meervoud hetzelfde, maar de vormen per naamval verschillend. In Tabel 6 zijn de reflexieve voornaamwoorden weergeven.

Tabel 6. Reflexieve voornaamwoorden

Reflexief
Nominatief
-
Accusatief
Sebe, se
Genitief
sebe
Datief
Sebi, si
Instrumentalis
Sobom
Locatief
sebi
Bron: Hammond (2005)

De bezittelijke voornaamwoorden en demonstratieve voornaamwoorden nemen net zoals de persoonlijk voornaamwoorden verschillende vormen aan.

Voorzetsels
De voorzetsels kunnen verdeeld worden onder enkelvoudige of samengestelde voorzetsels. De enkelvoudige voorzetsels bestaan uit één woord. Samengestelde voorzetsels worden gevormd door twee voorzetsels. In tegenstelling tot de zelfstandig naamwoorden, bijvoeglijk naamwoorden en persoonlijk voornaamwoorden, verandert de vorm van voorzetsels niet. Daarentegen horen voorzetsels wel bij een bepaalde naamval. Bijvoorbeeld het voorzetsel ispod (onder) vereist genitief naamval.

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
Het Nederlands maakt ook gebruik van imperfectieve en perfectieve werkwoorden. In het Nederlands zijn transitieve werkwoorden meestal perfectief zoals ‘ontduiken’ en ‘verprutsen’. Intransitieve werkwoorden zijn in het algemeen duratief zoals ‘springen’ en ‘duiken’ (Booij & van Santen, 1998). Servische NT2-leerders zullen waarschijnlijk geen problemen ondervinden met het begrip aspect, omdat ze ‘aspect’ vanuit het Servisch kennen.

Uit de vervoegingen van de werkwoorden in de tegenwoordige tijd blijkt de hoge mate van inflectie in het Servisch. Hieruit kan wellicht gesteld worden dat de NT2-sprekers geen problemen ervaren bij het vormen van de tegenwoordige tijd in het Nederlands. Daarnaast maakt het Nederlands gebruik van één vorm van het werkwoord ‘zijn’, wat voor de Servische NT2-sprekers voor geen problemen zal zorgen, omdat het Servisch hier twee vormen voor heeft.

Het Servisch is verschillend ten opzichte van het Nederlands, omdat in het Servisch bij het vormen van de verleden tijd rekening wordt gehouden met geslacht. Het Nederlands maakt, bij het vervoegen van werkwoorden in de verleden tijd, onderscheid tussen enkelvoud en meervoud en tussen werkwoorden met <d> (speelden) en <t> (sportten) (Booij & van Santen, 1998). Een overeenkomst is dat het Servisch en het Nederlands de verleden tijd vormen door het toevoegen van een suffix. Met de onregelmatige werkwoorden zullen de NT2-leerders waarschijnlijk moeite hebben. Deze moeten geleerd worden. Het is mogelijk dat de NT2-leerders de regels, bij het vormen van de regelmatige verleden tijd, toepassen bij het vervoegen van onregelmatige werkwoorden.

In het Nederlands wordt de toekomende tijd ook gevormd door een modaal werkwoord en een infinitief. Hieruit volgt dat NT2-leerders waarschijnlijk weinig moeite ervaren met het vormen van de toekomende tijd in het Nederlands.

In het Nederlands komt naamval nauwelijks meer voor. Uitzondering hierop zijn vormen als ‘Anne’s tas’, waarbij ’s bezit aanduidt (Booij & van Santen, 1998). Gebaseerd op het feit dat het Servisch een taal is met een rijke morfologie zoals naamval en het Nederlands minder inflectie kent, zal dit voor NT2-sprekers niet voor moeilijkheden zorgen. Daarnaast wordt in het Nederlands in het algemeen meervoud gevormd van zelfstandig naamwoorden door de toevoeging van het suffix –en of –s. Vanwege de vele suffixen die het Servisch gebruikt om meervoud te vormen, zal dit voor NT2-leerders waarschijnlijk niet voor veel problemen zorgen. Het is mogelijk dat een zelfstandig naamwoord in het meervoud soms een verkeerd suffix krijgt, zoals ‘kinds’.

Uit bovenstaande informatie blijkt dat persoonlijk voornaamwoorden in het Servisch verschillende vormen aannemen gebaseerd op de naamval. Het Nederlands maakt ook gebruik van verschillende vormen. Servische NT2-leerders zullen waarschijnlijk geen problemen ervaren bij de persoonlijke voornaamwoorden, omdat deze in het Servisch in hoge mate aanwezig zijn.

In het Nederlands worden bijvoeglijk naamwoorden verbogen op basis van getal, geslacht en bepaaldheid (de, het of een) van het naamwoord. Onder het hoofdstuk ‘syntaxis’ wordt beschreven dat het Servisch geen gebruik maakt van lidwoorden, wat wellicht resulteert in ongrammaticale producties van constructies met bijvoeglijke naamwoorden bij NT2-leerders. Bij de vorming van een adjectief in het Nederlands is het van belang om te weten wat het lidwoord is van het betreffende naamwoord (Booij & van Santen, 1998). Daarnaast wordt er in het Servisch over het algemeen een adjectief gevormd door het toevoegen van een suffix. In het Nederlands is dit echter niet het geval. In een zin als ‘de man koopt een mooi boek’ wordt ‘mooi’ niet vervoegd. Het is mogelijk dat NT2-leerders onterecht een suffix plaatsen achter ‘mooi’.
De vergelijkende trap van bijvoeglijk naamwoorden wordt gevormd door het suffix –er achter de stam te plaatsen in het Nederlands (klein – kleiner). De overtreffende trap van bijvoeglijk naamwoorden wordt gevormd door het suffix –st achter de stam te plaatsen in het Nederlands (groot – grootst). Daarnaast heeft het Nederlands ook onregelmatige vormen (Booij & van Santen, 1998). Zowel het Servisch als het Nederlands voegen een suffix toe om de vergrotende trap te vormen. Vanwege het feit dat het Servisch meerdere suffixen gebruikt om de vergrotende trap te maken, zullen de NT2-leerders hier geen moeilijkheden mee ervaren, omdat ze dit vanuit hun T1 kennen. Daarentegen is het mogelijk dat de NT2-leerders de overtreffende trap niet altijd goed produceren. In het Servisch wordt deze trap gevormd door het toevoegen van een prefix, terwijl dat in het Nederlands niet mag. Het kan echter ook zo zijn dat er nauwelijks fouten optreden, omdat beide trappen in het Nederlands gevormd worden door de toevoeging van een suffix, wat gemakkelijker is om te onthouden.

In het Nederlands worden verkleinwoorden ook gevormd door het toevoegen van een suffix. In het Nederlands wordt gebruik gemaakt van verschillende suffixen zoals –je, -kje-, -pje, -tje en –etje (Booij & van Santen, 1998) . Het is mogelijk dat de NT2-sprekers soms een verkeerd suffix gebruiken om een verkleinwoord te maken. Kinderen met Servisch als moedertaal zijn bekend met verkleinwoorden, waardoor het fenomeen verkleinwoorden vormen door het toevoegen van een suffix niet voor problemen moet zorgen.

Gebaseerd op het feit dat het Servisch geen gebruik maakt van de lidwoorden ‘de’, ‘het’ en ‘een’ zullen de NT2-sprekers hierbij problemen ondervinden in het Nederlands. Het Nederlands maakt gebruik van deze drie vormen van lidwoorden. De NT2-sprekers zullen een lidwoord weglaten, waar deze wel verplicht geproduceerd moet worden. Daarnaast is het mogelijk dat in een meer gevorderd stadium wel lidwoorden worden gebruikt, maar de verkeerde vorm wordt gekozen. Uitingen die bijvoorbeeld geproduceerd kunnen worden, zijn: ‘de meisje loopt’ in plaats van ‘het meisje loopt’ of ‘het kaas is lekker’ in plaats van ‘de kaas is lekker’.

Naar boven

Syntaxis
De woordvolgorde in het Servisch is SVO (Subject, Verb, Object). De woordvolgorde is erg flexibel, waardoor een zin ook met een object kan beginnen. Er zijn echter woorden in het Servisch die wel een vaste plek eisen in de zin. Deze woorden worden clitics genoemd en hebben geen accent. Clitics kunnen niet onafhankelijk voorkomen; ze zijn afhankelijk van het woord voorafgaand in de zin. Dit is in tegenstrijd met de flexibele woordvolgorde in het Servisch (Hammond, 2005).

Clitics
Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier typen van clitics in het Servisch:

1) Het interrogatieve clitic li komt altijd op de tweede positie van de zin en staat voor de andere clitics in de zin.

2) Verbale clitics/hulpwerkwoorden van de verschillende tijden komen op de tweede positie in de volgorde van de clitics.

3) Pronominale clitics, zoals persoonlijke voornaamwoorden, volgen de verbale clitics.

4) Het reflexieve clitic se komt als laatste in de volgorde van de clitics in de zin. Daarnaast neemt je, de derde persoon enkelvoud van het werkwoord biti (zijn), net zoals se de laatste positie in de volgorde van clitics. Als je het reflexieve voornaamwoord se volgt, vindt er omissie van je plaatst en komt se op de laatste plek in de clitische volgorde.

Zoals blijkt uit bovenstaande punten kan een zin niet beginnen met een clitic. Clitics komen na het eerste woord of eerste zinsdeel in een zin en komen dus altijd op de tweede positie in de zin. Clitics komen na vraagwoorden (wie, wat, waar etc.) in de zin. Als een zin meerdere clitics bevat, moeten deze na elkaar voorkomen. Als verbale en nominale clitics samen voorkomen, komen de verbale clitics eerst in de zin. Bij de pronominale clitics komt een datief clitic voor accusatieve en genitieve clitics.

Ontkenning
Zoals kort is beschreven onder het kopje werkwoorden, kan negatie gevormd worden door het partikel ne dat zowel onafhankelijk als als prefix kan voorkomen. Het partikel ne wordt voor het werkwoord geplaatst als het op zichzelf staat. Als ne als prefix dient, wordt het aan een bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord of bijwoord geplakt (neljubazan betekent onbeleefd). Daarnaast kan het alleen als prefix dienen bij de werkwoorden biti (zijn), hteti (willen) en imati (hebben).
Vraagzinnen

Vraagzinnen die met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord kunnen worden, worden gevormd door 1) de zin met een werkwoord te beginnen die gevolgd wordt door het partikel li, 2) de zin beginnen met da li gevolgd door het werkwoord, 3) de zin beginnen met je gevolgd door le en het werkwoord. Daarnaast kan een ontkennende vraag gevormd worden door zar ne aan het begin van de zin te plaatsen.Vraagzinnen die gevormd worden met een vraagwoord (WH-woord), zoals wie, wat, waar en waarom, maken gebruik van de volgorde: WH-woord – V – O – overig. In het Nederlands worden ook vraagwoorden vooraan de zin geplaatst om een vraagzin te vormen.

Pro-drop
Zoals onder het kopje persoonlijk voornaamwoorden is gebleken, maakt het Servisch gebruik van persoonlijk voornaamwoorden. In zinnen waarin in het Nederlands een persoonlijk voornaamwoord wordt vereist, hoeft dit niet altijd geproduceerd te worden in het Servisch. Het Servisch is namelijk een pro-drop taal, wat inhoudt dat een persoonlijk voornaamwoord niet in subject positie geplaatst hoeft te worden. Dit resulteert in zinnen die zonder onderwerp worden uitgesproken. In veel Slavische en Romaanse talen mag er omissie van een persoonlijk voornaamwoord plaatsen, omdat de inflectie op werkwoorden al informatie geeft over persoon, getal en geslacht. Hieruit volgt dat een werkwoord op de eerste positie kan verschijnen in het Servisch.

Mogelijke problemen als gevold van transfer
De woordvolgorde in het Nederlands is ook SVO. Doordat het Servisch verschillende woordvolgordes aan kan nemen, kan dit voor problemen zorgen in het Nederlands. Het is mogelijk dat de NT2-leerders deze flexibele woordvolgorde gaan toepassen op het Nederlands.

Het Servisch en het Nederlands maken beide gebruik van vraagwoorden, die vooraan geplaatst worden. Gebaseerd op de vergelijking tussen het Servisch en het Nederlands, zullen de NT2-leerders hier geen fouten in maken. Verschil tussen beide talen is dat het Servisch gebruik maakt van een vraagpartikel. In het Nederlands wordt geen vraagpartikel geplaatst in zinnen waarin geen wh-woorden voorkomen. In het Nederlands worden veel vragen gevormd door het gebruik van stijgende intonatie. Vanwege het feit dat in het Nederlands geen vraagpartikel gebruikt hoeft te worden, zullen de NT2-leerders hier geen problemen bij hebben.

In het Nederlands is het over het algemeen niet mogelijk om een onderwerp in een zin weg te laten, omdat dit tot ongrammaticale zinnen leidt. Alleen in de gebiedende wijs is dit mogelijk (loop door, eet op). De volgorde in de gebiedende wijs, is in het Servisch hetzelfde als in het Nederlands (V – O – overig). In het Servisch is het weglaten van een persoonlijk voornaamwoord wel mogelijk, wegens het feit dat het een pro-drop taal is. Dit kan leiden tot negatieve transfer bij Servische NT2-sprekers. De Servische NT2-sprekers zullen een persoonlijk voornaamwoord soms weglaten terwijl deze wel verplicht is om als onderwerp van de zin te dienen. Een voorbeeld van een mogelijke ongrammaticale zin zou kunnen zijn, ‘kookt het eten’ in plaats van ‘hij kookt het eten’.

Het Nederlands maakt gebruik van het negatie partikel ‘niet’ wat te vergelijken is met het Servische negatie partikel ne. Doordat Servische NT2-sprekers het gebruik van een negatie partikel al kunnen, zal dit waarschijnlijk niet voor heel veel problemen zorgen bij het Nederlands. Tevens maakt het Nederlands gebruik van ontkenningsmorfemen die als prefix aan een zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord of bijwoord worden geplaatst. Voorbeelden hiervan zijn: ‘onbekend’, ‘ongewoon’ en ‘onduidelijk’. Het is echter wel mogelijk dat de Servische NT2-sprekers het partikel ‘niet’ als prefix gaan gebruiken in het Nederlands, omdat ne immers onafhankelijk en als prefix kan optreden. In het Nederlands wordt de negatie achter het werkwoord geplaats (hij loopt niet) in plaats van voor het werkwoord (hij niet loopt). Bij de werkwoorden biti (zijn), imati (hebben) en hteti (willen) wordt de negator echter aan het werkwoord geplakt en wordt ne niet los geschreven, zoals in het Nederlands wel gebeurt.

Pragmatiek
In het Servisch zijn ti (2e persoon enkelvoud) en vi (2e persoon meervoud) de aanspreekvormen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nominale aanspreekvormen en pronominale aanspreekvormen. De nominale aanspreekvormen kunnen gecategoriseerd worden onder neutrale vormen, zoals gospođo (mevr), gospodine (mr) en devojko (meisje). Verwantschapstermen als sine (zoon) en ćerko (dochter). En liefkozingen. Het gebruik van deze vormen hangt af van de situatie en participanten. Verwantschapstermen en liefkozingen worden in informele situaties gebruikt. Daarnaast worden ze vaak asymmetrisch gebruikt, omdat deze door een ouder iemand gebruikt wordt om een jonger iemand aan te spreken, maar niet andersom. Tevens is het in het Servisch niet gebruikelijk om vreemden aan te spreken met mevrouw of meneer. De reden hiervoor is onduidelijk (Kund, 2014). Er wordt gesteld dat beleefdheid in het Servisch meer neigt naar het uitdrukken van solidariteit dan afstand, zoals dat bij verzoeken gebeurt in het Servisch. Bij het uitdrukken van de imperatief wordt er in het Servisch gefocust op de luisteraar, wat een indirecte vorm is.

Naar boven


3.Verwervingsfases van bovengenoemde domeinen in het Servisch

Fonologie
Door Savić, Anđelković en Buđevac (2010) is er een onderzoek gedaan naar de fonologische ontwikkeling in het Servisch. Dit onderzoek is in het Servisch gepubliceerd. De volgende informatie over dat onderzoek komt uit een Engelse samenvatting, die in het artikel is opgenomen. In dit onderzoek is er geanalyseerd welke fonologische parameters van belang zijn bij de verwerving van het Servisch. Er werd verwacht dat er verschillende fonologische parameters zijn die een bijdrage kunnen leveren aan het beoordelen van de fonologische ontwikkeling. Consonantcluster aan het begin van een lettergreep en eind van een lettergreep, woorden van drie lettergrepen en plaats van beklemtoonde syllabe in een woord, zijn parameters die in deze studie zijn gebruikt. Op basis van deze parameters zijn er pseudo-woorden gemaakt met verschillende mate van complexiteit. Aan het onderzoek deden 30 kinderen in de leeftijd van 3, 4 en 5 jaar mee en 14 volwassenen. De taak van de participanten was om de pseudo-woorden te reproduceren. Bij de analyse werden de parameters in rekening genomen. Uit de resultaten is gebleken dat het vermogen om fonologische eenheden te reproduceren, ontwikkelt in de vroegschoolse periode. Het reproduceren van consonantclusters aan het begin van een lettergreep en aan het eind van een lettergreep bleek het moeilijkste. Dit aspect werd als nog moeilijker ervaren bij woorden bestaande uit drie lettergrepen of in woorden waarin meerdere parameters zijn gemarkeerd. Tevens werd er gesteld dat het plaatsen van klemtoon vóór 3 jarige leeftijd is verworven. De schrijvers concluderen dat de onderzochte features een beeld kunnen geven van vroege fonologische ontwikkeling van normaal ontwikkelde kinderen. Gebreken in de verwerving kan duiden op mogelijke stoornissen.

Morfologie
In een studie die uit is gevoerd door Perovic, Vuksanovic, Petrovic en Avramovic-Illic (2014) is het begrip van actionele en psychologische werkwoorden (zowel actief als passief) geanalyseerd bij 99 Servische kinderen. De leeftijd van de kinderen varieerde tussen 3;6 en 7;6 jaar. De kinderen werden verdeeld onder drie groepen gebaseerd op hun leeftijd. Hun kennis van actieve en passieve structuren werd getest door middel van een plaatjestaak. De kinderen werden gevraagd om het plaatje aan te wijzen dat het beste paste bij de zin die ze hadden gehoord. Eén van de plaatjes kwam overeen met de zin die ze auditief aangeboden kregen en het andere plaatje toonde de andere situatie (passieve situatie in plaats van actieve situatie bijvoorbeeld). Uit de resultaten bleek dat alle kinderen, ongeacht hun leeftijd, slechter scoorden op psychologische passieven dan op actionele passieven. Dit werd niet gevonden als de werkwoorden (actionele en psychologische werkwoorden) in hun actieve vorm werden weergeven De groep met kinderen van 7 jaar scoorde het beste op de psychologische passieven. Daarnaast werd er onderscheid gemaakt tussen lange en korte passieven. Hier werd geen verschil gevonden tussen de drie groepen.. De resultaten uit dit onderzoek komen overeen met de leeftijd van verwerving van passieven in andere talen. Kinderen jonger dan 5 jaar blijken moeite te hebben met het begrip van passieve werkwoorden. Het vermogen van Servische kinderen om psychologische passieven te begrijpen, schijnt rond 7 jarige leeftijd te ontwikkelen, wat een universeel verschijnsel is.

Er kan echter geen verder inzicht gegeven worden in de verwervingsvolgorde van bovenstaande domeinen. Er kan niet met zekerheid gesteld worden dat de taalverwerving bij kinderen met Servisch als moedertaal hetzelfde verloopt als de taalverwerving bij kinderen met Nederlands als moedertaal. Als meer informatie over de verwervingsvolgorde beschikbaar is, zal dit aangevuld worden.


4. Onderzoek naar taalstoornissen in het Servisch
Onderstaand onderzoek van Miloshevikj en Vukovikj (2011) is uitgevoerd bij Servische kinderen met SLI. Dit onderzoek gaat echter niet in op de taal en welke grammaticale categorieën als moeilijk worden ervaren. Toch toont de publicatie van dit onderzoek aan dat er in het Servisch onderzoek wordt gedaan bij kinderen met taalstoornissen. In het onderzoek is een grammaticaal en syntactisch tekort onderzocht bij kinderen met een specifieke taalstoornis (SLI). De onderzoekers van deze studie wilden analyseren wat de verschillen waren in grammaticale-syntactische tekorten bij kinderen met SLI met normale EEG activatie en kinderen met SLI met onspecifieke veranderingen in EEG. De participanten bestonden uit 30 kinderen tussen de 5 en 7 jaar oud. De kinderen waren verdeeld in twee groepen. Een groep werd gevormd door 15 kinderen met SLI met niet-specifieke EEG activiteit (experimentele groep) en de andere groep werd gevormd door 15 kinderen met SLI met normale EEG-activiteit (controlegroep). De taak bestond uit het beschrijven van afbeeldingen. Uit de resultaten bleek een verschil tussen de experimentele groep en controlegroep op basis van de frequentie distributie van syntactische eenheden en grammaticale uitingen. De experimentele groep maakte de meeste grammaticale fouten in predicatieve zinnen en de controlegroep in complexe communicatieve uitingen. Bij de experimentele groep was het aantal ongrammaticale predicatieve zinnen dominant, terwijl de controlegroep een zelfde hoeveelheid grammaticale en ongrammaticale predicatieve zinnen en communicatieve ongrammaticale zinnen produceerde. Bovendien toonde de analyse aan dat de kinderen uit de experimentele groep op een lager niveau in de syntactische ontwikkeling zaten dan de kinderen in de controlegroep. Verder bleek uit de resultaten dat hoe langer de geproduceerde uitingen waren, hoe meer fouten er gemaakt werden door de kinderen uit de controlegroep. Dit werd echter niet gevonden in de experimentele groep. Door de schrijvers werd geconcludeerd dat de kinderen met onspecifieke veranderingen in EEG (kinderen in de experimentele groep) nog niet het niveau hebben bereikt waarbij de syntaxis wordt uitgebreid. Tevens werd gesteld dat de resultaten wellicht hulp kunnen bieden aan het specificeren van spraak- en taalstoornissen en de prognose.

Door Vukovic en Stojanovik (2011) is een ander onderzoek uitgevoerd bij Servisch-sprekende kinderen met SLI, waarbij het doel was om het gebruik van hulpwerkwoorden en clitics bij de kinderen te analyseren. De publicatie van dit onderzoek was echter niet toegankelijk, waardoor alleen gegevens uit de samenvatting van het artikel beschikbaar zijn op dit moment. De volgende informatie is afkomstig uit de abstract van het artikel, wat inzicht kan geven in het onderzoek dat is uitgevoerd. De participanten werden onderverdeeld in twee groepen. Eén groep bestond uit 30 kinderen met SLI en de andere groep uit 30 normaal ontwikkelde kinderen (NO). De kinderen waren tussen 48 en 83 maanden oud en waren op IQ met elkaar gematcht. Data van de kinderen werd verkregen doordat ze een verhaal moesten vertellen op basis van vier afbeeldingen. Uit de resultaten is gebleken dat de kinderen met SLI significant meer hulpwerkwoorden en clitics weglieten dan de normaal ontwikkelde kinderen. Tevens bleek uit de resultaten dat het weglaten van hulpwerkwoorden en clitics niet verminderde bij een hogere leeftijd. De schrijvers van dit onderzoek concludeerden dat het produceren van hulpwerkwoorden en clitics voor Servische kinderen met SLI in andere talen ook moeilijk zou zijn. Hieruit kan wellicht gesteld worden dat Servische kinderen met SLI die Nederlands leren in het Nederlands ook hulpwerkwoorden en clitics weglaten. Dit hoofdstuk zal worden aangevuld als hier meer informatie over beschikbaar is.

Voorbeelduitingen
Onderstaand enkele fouten die Servischsprekende kinderen met een TOS maakten. Gemiddelde leeftijd tussen de 4 en 7 jaar.
In 5. weglaten van het hulpwerkwoord, in 6. de correcte uiting.
In 7. weglaten van 'se' in 8. de correcte uiting.
16a.png
Bron: Vukovic en Stojanovik (2011)

Naar boven


5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
Deze pagina dient als ondersteuning voor logopedisten, klinisch linguïsten en taalonderzoekers die werken met meertalige kinderen met een mogelijke taalstoornis. Deze pagina geeft echter geen compleet beeld van het Servisch, maar probeert de belangrijkste aspecten uit de grammatica weer te geven. Waar mogelijk is een vergelijking gemaakt met het Nederlands. Problemen die Servische NT2-sprekers wellicht zullen ondervinden bij de verwerving van het Nederlands, zijn ook beschreven. Dit wordt beschreven onder aparte kopjes die onderstreept zijn. Met behulp van deze informatie kunt u inzicht krijgen in de mogelijke problemen, die een kind met Servisch als moedertaal ervaart bij het leren van Nederlands als tweede taal. Bovendien kan de beschrijving van de grammatica hulp bieden om een mogelijke taalstoornis in het Servisch te achterhalen. Door een goed beeld te vormen van de verschillen tussen het Servisch en het Nederlands, kan een beter onderscheid gemaakt worden tussen de aspecten van de taalproductie die veroorzaakt worden door meertaligheid of door een mogelijke taalstoornis.

Vanwege het feit dat het Servisch nauw verwant is aan het Bosnisch, kan de pagina over het Bosnisch ook bruikbare informatie bevatten. Deze pagina over het Servisch zal aangepast worden als meer informatie over de verwervingsstadia en taalstoornissen voor handen is. Als u meer informatie wilt lezen, kunt u onderstaande literatuur raadplegen.


Geraadpleegde literatuur:
Booij, G. & van Santen, A. (1998). Morfologie: De woordstructuur van het Nederlands. Amsterdam: University Press.

Browne, W. & Alt, T. (2004). A Handbook of Bosnian, Serbian and Croatian. SEELRC: Duke University.

Comrie, B., Matthews, S. & Polinsky, M. (2003). The atlas of languages: The origin and development of languages throughout the world. Facts on file.

Hammond, L. (2005). Serbian: An essential grammar. London: Routledge.

Kitić, S. (2002). On function of word order in English and Serbian. Linguistics and Literature, 2(9), 303 – 312.

Kund, S. (2014). Aspects of linguistic politeness in Serbian. A data-based comparison with German. Startseite, 69(7).

Lučić, R. (no date). Servisch. Bezocht op 07-01-2015. <http://cf.hum.uva.nl/BKS/servisch/index_servisch.html>.

Miloshevikj, N. & Vukovikj, M. (2011). Grammar and syntactic deficit in children with specific developmental language impairment. Journal of Special Education and Rehabilitation, 12(3-4), 50 – 58.

Perovic, A., Vuksanovic, J., Petrovic, B. & Avramovic-Ilic, I. (2014). The acquisition of passives in Serbian. Applied Psycholinguistics, 35, 1-26.

Radovanovic, M. (2000). From Serbo-Croatian to Serbian. Multilingua 19-1/2, 21-35

Savić, M., Anđelković, D. & Buđevac, N. (2010).. Fonološka složenost i mesto slogovnog akcenta kao indikatori fonološkog razvoja u usvajanju srpskog jezika. Psihologija, 43(1), 167 – 185.

Vukovic, M. & Stojanovik, V. (2011). Characterising developmental language impairment in Serbian-speaking children: A preliminary investigation. Clinical Linguistics & Phonetics, 25(3), 187 – 197.

Wikipedia, (2014).Serbian Language. Bezocht op 28-12-2014. <http://en.wikipedia.org/wiki/Serbian_language>.

Zlatic, L. (no date). Serbian Grammar. Bezocht op 11-01-15. <http://www.studyserbian.com/proba/Grammar/Index.asp>.

Naar boven